Leeg wit vlak om issues met de layout van text-posts te voorkomen.

Het m-woord lijkt ineens weer helemaal hip te zijn!

You can find the original English version of this text posted on my personal site.

 
Besten,

Al een flinke tijd krijg ik steeds minder zin om het over mijn persoonlijke situatie te hebben met vage kennissen of vreemden. In mijn dagelijks leven ben ik omringd door mensen die van ons houden, ons ondersteunen en begrijpen. Daarom aarzel ik soms om de maatschappij in te stappen, waar het niet altijd even prettig toeven is. Ze is niet toegerust op iemand zoals mijn zus, die gezien wordt als iemand met een beperking en op de neurologisch atypischere kant van het spectrum valt. Dit betekent dat de maatschappij voor mij vaak ook behoorlijk onprettig is, deels omdat mijn zus en ik soms dezelfde manier van denken en kijken hebben, en deels omdat ik me in bochten wring om zowel haar zorg als het gemak van de mensen die we tegenkomen te waarborgen. Ik wil nog wel eens vergeten dat de samenleving ons als anders bestempelt, omdat dat niet in me opkomt wanneer we gewoon met zijn tweeën zijn. Dus als ik wat langer binnen heb gezeten of alleen op plekken ben gekomen waar mensen ons kennen en mogen, dan vergeet ik hoe bizar (of eigenlijk discriminerend) de algemeen heersende mening op het gebied van mensen met een beperking kan zijn.

De afgelopen jaren ben ik veel bezig geweest om niet die persoon te zijn die antwoordt met “All lives matter…” als iemand anders het acute gevaar waar de black lives overduidelijk in verkeren bespreekt. Niet dat ik “All lives matter…” ooit ook maar enigszins serieus heb genomen of bijvoorbeeld de behoefte voel om een gesprek over vrouwen te kapen met uitspraken als “Not all men…”, maar ik ben natuurlijk opgegroeid in een cultuur die bol staat van de vooroordelen en schadelijke normen. Die zijn dus ook onderdeel uit gaan maken van mij, hoe zeer ik dat ook probeer te voorkomen. Dus ze komen er soms ook weer uit, wat betekent dat ik me er door anderen op aan laat spreken en mezelf er op aan moet spreken. Dit betekent dan mijn excuses aanbieden en accepteren dat er iets enorm mis ging en vervolgens mijn manier van kijken en handelen en spreken veranderen zodat het in de toekomst niet weer gebeurt. Mijn punt is het volgende: ik probeer actief om de wereld niet onveiliger te maken voor andere mensen. Ik zal onderwerpen zeker niet vermijden omdat ik bang ben dat ik iets verkeerds of beledigends zeg, want de wereld gaat nooit een mooiere plek worden als ik te bang ben om dingen aan te kaarten of als ik niet bereid ben om door het maken fouten te leren. Maar ik probeer voornamelijk om enigszins fatsoenlijk en een niet al te nare eikel te zijn.

Het helpt om rustig te blijven als er onenigheid is, en om te accepteren dat veel tegenstrijdige en tegenovergestelde overtuigingen tegelijkertijd evenzeer waar en waardevol kunnen zijn. Het helpt om die veelzijdigheid te omarmen. Om gewoon mee te gaan in het verhaal van mensen als ze hun ervaringen met je delen, en om te proberen open te zijn en blijven over je eigen levenservaring. En om daarbij vooral niet te vergeten dat de subtiele en minder subtiele machtsverschillen die onze maatschappij en ons allemaal gevormd hebben ook een rol spelen in deze gesprekken en in onze relaties met andere mensen. Tegelijkertijd ben ik er van overtuigd dat we uiteindelijk, ondanks alle ongelijkheid en de geschiedenis waarmee we opgezadeld zijn, allemaal gewoon maar mensen zijn. We zijn gewoon maar mensen, of beter gezegd: levende wezens zijn gewoon levende wezens die allemaal even waardevol en waardig zijn.

Ik open met deze veel te lange driedelige introductie om uit te leggen waarom ik zo schrok toen ik ineens middenin één van de vervelendste gesprekken dat ik in tijden heb gehad belandde. En om aan te geven dat ik zelf ook wel door heb hoe veel mensen mij zullen bestempelen, maar dat ik dat uit het oog kan verliezen omdat de ervaring van mijn dagelijks lieven zoveel positiever is dan de kijk die de maatschappij er op heeft. Of soms ben ik bij yoga en dan gaan mijn gedachtes niet veel verder dan mijn lichaam en vrede hebben met dat lichaam. Voor andere mensen kan mijn persoonlijk situatie op dat moment helaas nog steeds pijnlijk relevant zijn, relevanter dan hij op dat moment voor mij is. Maar ik had niet verwacht dat er iemand het woord “mongoloide” zou gebruiken in een gesprek met mijn moeder in de kleedkamer. Ik had nog minder verwacht dat ik deze persoon twee weken later zou horen klagen dat mijn moeder zo brusque gereageerd had op dit gesprek. Een gesprek waarin deze persoon naast het m-woord een aantal dingen zei die ik alleen maar diep beledigend en discriminerend naar de mensen om mij heen en naar mij toe kan noemen. Dus ik stond onder de douche (was uiteraard naakt) en deze persoon wilde mijn moeder laten weten dat ze diep beledigd was dat mijn moeder überhaupt had durven denken dat ze er discriminerende opvattingen over mensen met een beperking op nahield. En vooral ook hoezeer deze (in haar optiek) misvatting haar verward en gekwetst had. Het kostte mij even om door te krijgen wat er precies aan de hand was, en terwijl mijn hoofd daar mee bezig was heb ik geprobeerd uit te leggen dat discriminatie van mensen op basis van hun veronderstelde beperking een gegeven is dat bestaat in de wereld. Een gegeven dat ik in mijn leven wel eens heb meegemaakt. En toen realiseerde ik me ineens dat we zojuist ge-“Not all normatively-abled-people…”ed waren met een flinke dosis verongelijktheid over de toon waarop wij het het gesprek aangegaan waren…

Ik reageerde niet zoals ik achteraf had willen reageren, omdat ik uit mijn evenwicht werd gebracht door het gesprek en de situatie. Daarom het schrijven van deze open brief. Wat ik had moeten zeggen is het volgende: “Beste impertinente mede-doucher die dit gesprek toch echt over zichzelf heeft afgeroepen, je verongelijktheid is volkomen onbelangrijk. Allereerst: ik ga dit gesprek niet hier, naakt, in een kleedkamer voeren. Sterker nog, ik wil dit gesprek überhaupt niet met je hoeven voeren. Ten tweede: Ik ga niet tegen je liegen en je vertellen dat je een vriendelijke, niet-discriminerende persoon bent. Want je hebt discriminerende uitspraken gedaan die mijn moeder reduceerden tot een stereotype, wat haar boos heeft gemaakt en mij pijn doet. Je hebt een aantal uitspraken gedaan waarvan ik heel blij ben dat de persoon die mij het dierbaarst is op aarde ze niet kan begrijpen omdat ze niet verbaal is. Maar ik heb ze gehoord en begrepen, dus ik kan concluderen dat je op zijn minst bot en ondoordacht geweest bent, als niet gewoon discriminerend. En in alle eerlijkheid is het niet mijn taak om dat op te lossen of jouw kennis op dit gebied bij te spijkeren, dat is jouw taak. Je voelt je ongemakkelijk, verward en gekwetst. Misschien is het tijd om na te gaan waarom je je zo voelt. Waarom voel je je zo oneerlijk behandeld? En waarom vind je je verongelijktheid relevant en de moeite van het delen waard? Wat maakt het uit of ik vind dat je mensen met een beperking als minderwaardig ziet wanneer je zelf kennelijk weet dat dat niet zo is? Waarom raakt dit je zo diep dat je liever onze ongemeende excuses wilt in plaats van dat je je opvattingen omtrent mensen met een beperking onder ogen wil zien? Heb je er over nagedacht dat iemand zichzelf abrupt aan een gesprek kan onttrekken puur uit zelfbehoud voor wat je zegt? En waarom is jouw gekwetstheid door die afwijzing belangrijker dan mijn behoefte aan een zekere mate van existentiële veiligheid en de behoefte om niet gediscrimineerd te worden?

Is het bovendien heel ingewikkeld om je bewondering voor wat je ziet als mijn martelaarschap als mantelzorger voor je te houden? Want die bewondering is niets anders dan neerbuigend medelijden in een chiquer jasje. En belast vooral mijn moeder daar niet mee door haar te reduceren tot een meelijwekkende maar dappere doorploegende moederkloek. Mijn ouders (moeder én vader) hebben twee (twee!) kinderen met evenveel zorg en aandacht opgevoed, los van maatschappelijke waardeoordelen over de verschillende beperkingen en mogelijkheden van die kinderen. Bovendien werkte mijn moeder al jaren met mensen met een beperking op het gebied van emancipatie en ondersteuning, ook ver voor de komst van mij of mijn zus. Dus ik denk dat ze wat meer verdient dan ‘bewondering’, wellicht in de vorm van het je mond houden en luisteren. Je zou echt wat van haar kunnen leren. En als laatste: hoe fucking ingewikkeld is het om even te googlen welke woorden er sinds de jaren ’50 echt niet meer door de beugel kunnen? Want ik weet met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat de woorden ‘mongoloide’ en ‘mongooltje’ ergens samen met het n-woord bovenaan de lijst van zoekresultaten staan. En bij mijn weten ben jij, mijn spectaculair kortzichtige douche-genoot, niet de Kanye West van het syndroom van Down. Ik zou je willen voorstellen om flink zelfonderzoek te doen, maar als mijn poging om het bestaan van discriminatie uit te leggen geen indruk gemaakt heeft, dan heb ik weinig hoop dat dat gaat gebeuren. Maar respecteer op zijn minst mijn behoefte om dit gesprek niet aan te gaan, en dan zal ik proberen om niet meer te blijven herhalen dat mensen met een veronderstelde beperking gewoon net mensen zijn. Jij bent geschokt dat dat nog steeds gezegd zou moeten worden. Je bent beledigd en gekwetst dat ik denk dat jij iemand bent die dat moet horen. Maar, laten we wel wezen, je opende onze gesprekken dan ook met een diep beledigend en achterhaald scheldwoord, dus daar had ik mijn conclusies uit kunnen trekken. Mag ik nu alsjeblieft in alle rust mijn broek aan doen.”

Ik ben het zat om deze aanvallen op mijn persoonlijke leven telkens weer te moeten pareren op de vreemdste plekken en in de bizarste situaties. Ik zoek deze gesprekken zelf zelden op, maar hier is deze brief dan. Ik ben tijdens dit schrijven ten minste aangekleed. Het kan nogal egoïstisch voelen om te bespreken dat je de partij bent die de discriminatie tegenkomt, eerder dan na te denken over hoe je zelf minder discriminerend kan zijn. Maar kennelijk bespreken we het onderwerp niet genoeg, of überhaupt niet, als dit het soort shit is waar je al douchend tegenaan loopt. Dus hierbij mijn duit in het zakje.

Mvg,
Aster